over haar kunst

Wat zij wilde schilderen

Zij schildert wat zij niet kan eten

niet kan bezitten niet beschrijven .

Zij schildert wat niet stil blijft

zitten niet gelijk blijft niet

verandert. Zij schildert wat zij

niet kan kweken niet kan vangen

niet vergeten. Zij schildert

wat zij niet kan raden pakken

of begrijpen. Wat ze niet

omhelzen kan verwennen

of verwijten. Verwaarlozen,

laten verwilderen . Omhakken,

verscheuren. Verbranden.

Betreuren. Zij schildert

waar zij niet van slapen kan

wat ze zich niet herinnert,

niet in kleur. Wat zij niet zingen

kan niet juichen.

Het onomlijnde blijft

onomlijnbaar lokken .

Judith Herzberg, uit de gelijknamige gedichtenbundel , Amsterdam 1996

 

Over het werk van Linda Lacombe door Ruth Loos

Op basis van een gesprek in haar architecturale atelier

Ooit werd Lacombe de wereld van de kunsten binnengetrokken door een oosterse visie op compositie zoals men dit tegenkomt in Ikebana. In deze Japanse kunstvorm worden lijn, ritme en kleur van bloemen en takken op heel precieze wijze tot een ruimtelijke compositie gemanipuleerd. Deze kennismaking met de visuele kracht van lijnen bracht haar eind jaren negentig naar de Academie in Kortrijk waar ze ‘Monumentale Kunsten’ volgde. Anno 2014 staat ze heel wat schilderijen, tentoonstellingen en kunstbeurzen verder.

Haar contact met de wereld van de kunsten en met verschillende functies en rollen van kunst speelde tot voor kort ook een rol in haar werk op de sociale hogeschool Vives Kortrijk. Haar bevlogen invulling van delen van het keuzetraject Kunst & Cultuur, waaronder de gerespecteerde samenwerking met het Museum Dr. Guislain, maakte dat kunst bijna dagelijks én op bijzondere wijze in haar leven aanwezig was. Maar het gaat hier niet over het werk van Linda Lacombe als een gedreven docente, wel over het werk en de werkwijze van een gedreven materieschilderkunstenares.

Schilderen is voor Lacombe zich uitdrukken en zich positioneren, niet verbaal maar beeldend. Haar ‘werkterrein’ is het grensgebied tussen figuratie en abstractie; haar thematische insteek zijn menselijke relaties. Wat leeft er tussen mensen? Wat beweegt ons? Hoe verhouden we ons tot elkaar, onszelf, de dingen, de wereld? Lacombe wil de werkelijkheid niet nabootsen. Het zijn niet de uiterlijke verschijningsvormen die tot thema worden in haar werk, wel de innerlijke werelden van mensen. Ze buigt zich over uiteenlopende emoties als eenzaamheid en isolatie, verdriet, onmacht, onvermogen, verbondenheid en zielsverwantschap,… Elk werk krijgt een titel mee waarmee Lacombe de toeschouwer een sleutel aanreikt om naar haar werk te kijken:

we are all dust in the wind, one day i fly away, broken wings, cry me a river, labyrinth, fata morgana, utopia, beautiful minds, i never promised you a rosegarden, to the edge of the world, love is a battlefield, scratches on my soul, follow me, still waiting, mixed emotions, healing the inner fields, metamorphosis, silent witness, because of you, fragile balance, encounter, black box, meander, moony mountains, everybody needs an island, Rorschach, breathe you in my dreams, memento, if love is a color then it’s red,   …

Dit staat niet in de weg dat de kijker een eigen verhaal ontwerpt. Een voelen dat in verf en andere materie veruiterlijkt wordt, wordt door de toeschouwer opnieuw verinnerlijkt. En zo is de cirkel rond, zegt Lacombe.

De Kortrijkzaanse kunstenares creëert abstracte werken en semi-figuratieve met herkenbare of benoembare elementen als een mensenfiguur, een rots, een ovalen figuur, een boom … Deze slechts schetsmatig neergezette beeldelementen fungeren op narratief niveau maar evengoed als een abstract kleurvlak of een organische vorm. Vaagheid, opaciteit, textuur en ‘matière’ krijgen de voorkeur. Details situeren zich niet op het niveau van de herkenbare afbeelding, wel op het niveau van de vele lagen texturen die elkaar al dan niet deels of geheel overlappen, en de vele tonen binnen één kleur.

Schildertechnisch gezien heeft Lacombe zich toegelegd op de materieschilderkunst, die eind jaren vijftig ontstond. Het canvas wordt tot een specifiek reliëf omgewerkt doordat materialen als zand, gips, jute, hout, cement,… worden toegevoegd aan de verf om een expressief-esthetisch oppervlak te creëren. Voor Lacombe bestaat de bijzonderheid van het door haar geprefereerde medium ook in de erg tactiele ervaring van het materieschilderen zelf. Bovendien is een ‘onbehandeld’ canvas haar te wit en te steriel en begint het pas te leven door verschillende textuurlagen aan te brengen waarin en waaruit het uiteindelijke beeld ontstaat.

Lacombes werken starten uit ideeën en concrete materie. Beide beïnvloeden elkaar. Het creatieproces staat gelijk aan interactie. Iedere aan te brengen laag brengt eigen beslissingsmomenten en nieuwe keuzes met zich mee. Er ontstaat een dialoog tussen toevalseffecten en gewilde resultaten. Lacombe maakt geen voorstudies. Enerzijds laat ze zich verrassen door de weerbarstige materie, anderzijds manipuleert ze veelvuldig de textuurlagen en kleurvlakken tot er een beeld ontstaat dat spreekt voor haar. Een figuur groeit, twee vormen gaan een relatie aan en krijgen een extra accent dat de leesbaarheid ervan bevordert. Op een organische manier krijgen onderwerpen textuur, kleur, vorm en worden ze concreet in al hun algemeenmenselijkheid. Het doek wordt door de intense behandeling zo veellagig dat je het met X-ray zou willen doorlichten om de onderliggende lagen opnieuw te visualiseren. Je zou het werk als het ware willen opsplitsen en vastleggen in zijn verschillende ontstaansfasen.

Nu ze de techniek van het materieschilderen beheerst en kan terugkijken op twee decennia vol creaties waarin ze kon genieten van het wonder van de materie gekoppeld aan menselijke vraagstukken, voelt Lacombe de ruimte om te herbronnen. Bijvoorbeeld om te reizen en op zoek te gaan naar de rijkdom van andere culturen.  Benieuwd welke beïnvloeding hiervan zal uitgaan en welke sporen dit zal nalaten in haar toekomstig schilderwerk …

Ruth Loos, Kunstwetenschapper en Dr. in de Kunsten, Antwerpen, augustus 2014

Advertenties